Ik kan het niet!

Anne van vier jaar komt voor de tweede keer in de praktijk. Vrolijk neemt ze afscheid van haar moeder. Dan ziet ze een pop in de kast, die ze graag wil. ‘Ik kan het niet’, zegt ze zacht en kijkt me hulpeloos aan. Ik merk bij mezelf de verleiding om de pop snel even te pakken. Toch doe ik het niet. Anne denkt heel snel dat ze iets niet kan. Zoals de taakjes op school die ze weigert te maken.

Of zoals de vorige keer, toen ze graag chocolademelk wilde. ‘Wil je die zelf maken?’ ‘Nee, dat kan ik niet’, zei Anne. ‘Nee, natuurlijk kun je dat nog niet, want je hebt het nog niet eerder gedaan. Wil je het leren?’ Ja, ze wil het wel leren en al snel zit Anne te genieten van haar zelfgemaakte drankje.

Wil je helpen?

‘Dat is ook wat, jij wil met die mooie pop spelen en nu kun je er niet bij. Daar zijn vast meerdere oplossingen voor te bedenken’. ‘Ik weet het niet’ zegt ze eerst. Ik wacht even rustig af. ‘Wil jij de pop pakken?’ vraagt Anne. Fijn dat ze haar hulpvraag duidelijk stelt, dat durfde ze vorige week nog niet. Ik gun haar dat ze ook bij de juf duidelijk durft aan te geven waar ze hulp bij nodig heeft. Zodat ze wel haar taakje kan volbrengen.

De pop is een superheld bedenkt Anne, die moet kunnen vliegen. We gaan op zoek naar hoe de pop kan vliegen. Anne wil vleugels vastmaken aan de pop, maar dat lukt niet meteen. ‘Ik kan het niet’ zegt ze weer. ‘Nee, je weet nu nog niet hoe je de vleugels vast kunt maken. Dus kun je daar oplossingen voor bedenken, toch?’ Anne knikt.

Dat kan ik al helemaal zelf!

‘Zullen we eerst wat drinken, dan kunnen we ondertussen nadenken?’ stel ik voor. ‘Ja’, roept Anne enthousiast: ‘dàt kan ik al helemaal zelf!’ en ze springt op om zelf chocolademelk te maken.

‘Wacht even’, zeg ik tegen Anne, ‘vorige keer zei je nog bij het drinken maken: ‘ik kan het niet’. En nu zeg je dat je helemaal zelf je kunt. Jeetje, jij leert heel snel dingen wel te kunnen.’ Anne straalt van top tot teen en vraagt vol zelfvertrouwen of ze ook mijn drinken mag maken.