Je eigen plek in de groep

Als eerste een algemene tip. Als je kind iets vertelt over wat hem bezig houdt, probeer dan eerst zo open en onbevangen mogelijk te luisteren en wacht even met het geven van je eigen mening of vertellen wat je kind moet doen. Vraag eerst waarmee je je kind kunt helpen en ga van daaruit verder. In het groepsvormingsproces worden vijf fases onderscheiden. Het is handig om kennis te hebben van deze fases, zodat je je kind beter kunt begrijpen en helpen. Forming: kennismaking en oriëntatie. De groep komt voor het eerst (weer) bij elkaar. Kinderen zijn meer bezig met zichzelf en hoe ze op anderen overkomen. ‘Wat is mijn relatie tot de rest van de groep?’ Je kind heeft behoefte aan een stevige basis van vertrouwen en emotionele veiligheid. Het is belangrijk dat je als ouder tijd neemt om goed naar je kind te luisteren. En zorg voor rustige momenten in alle drukte als school, de opvang en de sport en andere clubjes weer starten. Storming: strijd om invloed. Als de groepsleden een beetje weten wat ze van elkaar kunnen verwachten, gaan de kinderen zich meer profileren. In deze fase worden leiders bepaald en worden subgroepjes gevormd. Vaak gaat dit gepaard met conflicten en spanningen. Help je kind hierbij door te laten zien dat conflicten erbij horen en dat deze goed op te lossen zijn. Je kunt een conflict of ‘gedoe’ naspelen met playmobil en knuffels. Je kunt samen meerdere scenario’s bedenken en uitspelen. Voeg gerust wat humor en fantasie toe. Spelenderwijs vergroot je zo het probleemoplossend vermogen van je kind.  Norming: gemeenschappelijke normen. In deze fase vormt de groep gemeenschappelijke normen, de ongeschreven regels. Vaak bepalen de leiders van de groep die in de vorige fases boven kwamen drijven, bewust en onbewust, wat wel en niet gewenst is in de groep. In de ‘norming’-fase kun je je kind helpen zijn eigen mening te vormen, door ‘vind’-vragen te stellen. ‘Als ik het goed begrijp zei Pien dat Jan niet mee mocht doen. En wat vond jij?  Performing: langere periode van rust en plezierige samenwerking. Groepsleden hebben elkaar goed leren kennen, weten wat ze aan elkaar hebben. Sommige groepen bereiken dit stadium moeizaam, wat zich uit in een drukke klas en meer kans op lastig gedrag. Als ouder is het goed om een indruk te hebben van de sfeer in de klas. Als je kind de klas als onveilig ervaart, praat hier dan samen met de leerkracht over.  Reforming: het einde van de groepssamenstelling nadert, waardoor groepsregels onder druk kunnen komen staan. Als ouder kun je je kind begeleiden door bewust stil te staan bij het afscheid van de groep, bijvoorbeeld met een klein bedankje voor de leerkracht.En door rustmomenten in te bouwen in de drukke periode aan het einde van het schooljaar. Vindt je kind het lastig om zichzelf te zijn in een groep (de klas, de opvang, sportclub etc)? Wil je na het lezen van deze tips verder praten over hoe jij je kind kunt begeleiden in zijn sociale en emotionele ontwikkeling? Neem dan contact op, ik denk graag met je mee.