Praten niet lukt

De vader van Elke is herstellende van kanker. Als ouders hierover willen praten met hun dochter, krijgt Elke keelpijn en tot ieders frustratie lukt het haar niet om zich te uiten. Soms lukt het wel via briefjes.

Ik vraag Elke een poppetje uit te kiezen voor zichzelf, als zij zich fijn voelt. Ze kiest een poppetje in de vorm van een chocolate chipkoekje uit en ze noemt hem Cookie. ‘En als je nu denkt aan de kanker die papa heeft gehad, hoe voel jij je dan?’
Elke kiest een geel huilend poppetje voor het verdriet en Cookie troost als vanzelf het verdrietige poppetje.

Boos leidt tot buikpijn

Ook merkt Elke boosheid op en kiest daar een oranje poppetje voor. Cookie vindt het boze gevoel lastig. Dan zegt Cookie niets en past zich aan, maar krijgt hij later wel buikpijn. En die buikpijn, dat wil Elke niet meer. Ieder mens ontwikkelt in zijn leven manieren hoe om te gaan met lastige gevoelens (‘coping’). Elke haar manier is aanpassen, waarbij ze een deel van zichzelf (boosheid) wegdrukt en dat leidt tot buikpijn.

Voor het aanpassende deel van Cookie kiest Elke een rode raket en plaatst deze pontificaal voor Cookie. Elke laat de raket opstijgen, weg bij de boosheid. ‘Wie bepaalt wat Cookie doet: Cookie of de raket?’ vraag ik. Daar hoeft Elke niet over na te denken: ‘Cookie natuurlijk!’.

Elke plaatst vervolgens uit zichzelf de raket achter Cookie, want soms is het wel handig dat zij zich kan aanpassen. Maar alleen als Cookie (dus Elke) dat wil en niet omdat de raket het automatisch doet. Elke is tevreden met het beeld zoals het er nu staat met Cookie vooraan, die het verdriet kan troosten en de raket kan inzetten (aanpassend vermogen) wanneer zij het wil.

Keelpijn

‘Hoe zit het met de keelpijn die je wel eens hebt?’ informeer ik. ‘Nou’, zegt Elke, ‘dan zitten ze alledrie tegelijk in mijn keel’. Elke wijst het gele (verdriet) oranje (boos) poppetje en de raket (aanpassen) aan. ‘Dan kan ik niet meer praten’.

Als ik doorvraag blijkt dat het Elke soms wel lukt om te praten en dat het haar oplucht.‘Dus wat doe je de volgende keer als je keelpijn hebt?’ vraag ik. ‘Dan denk ik aan Cookie en de opluchting als het wel lukt om te praten. En dan ga ik gewoon vertellen wat ik wil’.

Als Elke een paar weken later weer komt blijkt dat ze nu gewoon kan vertellen wat ze wil. De keelpijn is verdwenen en de briefjes zijn niet meer nodig.